Efterklang, ‘Piramida’

Subtiele bombast, het bestaat

De prijs voor meest welluidende combinatie van artiest en albumtitel kunnen we met zekerheid uitreiken. Zeg nu zelf, meer tot de verbeeldingsprekend dan Efterklang – ‘Piramida’ gaat het dit jaar niet worden. De naam dekt de lading perfect, want op hun vierde album verkennen de Denen experimentele en dromerige klankgebieden zonder het popgehalte uit het oog te verliezen.

Efterklang is niet langer een kwartet maar een trio.
Efterklang is niet langer een kwartet maar een trio.

Efterklang – Deens voor nagalm, maar ook herinnering – heeft letterlijk grenzen verlegd voor dit album. Het trio kon aansluiten bij een tv-ploeg van ZDF en trokken zo naar Pyramiden, een verlaten mijnwerkersdorpje op Spitsbergen. Negen dagen zwierven ze rond in de spookstad om terug te komen met een hele rugzak vol geluidjes, kliks en galmen. Daar omheen bouwden ze met behulp van een hele reeks extra muzikanten ‘Piramida’, het album. En één ding is zeker, Efterklang is niet bang van symfonische allures.

Muzikaal zijn ze niet onder één hoedje te vatten. ‘Black summer’ laat de blazers (zowel saxofoon als klarinet) in de rijke, catchyarrangementen duiken, terwijl het meisjeskoor voor de vervreemende noot zorgt. Agnes Obel gaat ook nog eens in duel met de warme stem van zanger Clausens. In de handen van een andere band zou dit belachelijk bombastisch klinken, maar Efterklang creëert een wonderbaarlijk groots geluid zonder ook maar één tel de elegantie te verliezen. Een absoluut hoogtepunt.

‘Apples’ is ook zo’n dromerig pareltje waarop ze laten zien wat perfecte indiepop wel niet inhoudt. Zachte toetsen brass, dissonante synths, allemaal perfect verweven rond roffelende drums en Clausens stemtimbre dat beangstigend veel lijkt op dat van Johnny Borrell (van Razorlight, maar wel zonder het ego).

Een enkele keer doet ‘Piramida’ ons fronsen: de new wave-intro van ‘The living layer’. Het komt wat geknutseld over, in een muzikale omgeving die voor de rest niets anders doet dan betoveren met ingenieuze ritmes en verrassende bijklanken. Zoals ‘Between the walls’, dat met knisperende elektronica meesterlijk bouwt naar een rockend crescendo – mét knipoog op gitaar naar ‘The art of almost’ van Wilco.

Zo verlaten en vervallen Pyramiden, zo mooi gelaagd ‘Piramida’. Efterklang construeert laag voor laag (‘The ghost’) een weids palet van klanken op het kruispunt van Sigur Rós, Radiohead en The National. Of hoe een verroeste tank afval is voor de één, en een dankbaar instrument (‘Hollow mountain’) voor de ander.

Deze recensie verscheen eerder op Cutting Edge.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s