Valgeir Sigurdsson, ‘Architecture of Loss’

Klank zonder beweging of beeld (en dan bedoelen we niet het ballet)

architecture of loss
Hij kijkt beteuterd. Eigenlijk net zoals ik, toen ik ‘Architecture of Loss voor de eerste keer hoorde. Meh-muziek.

De recensie waarvan je nu de eerste regel leest, is er eentje die lang uitgesteld werd. We kregen maar geen vat op het album, of beter op het werk, want dit is niet bepaald een plaat die je zomaar eens opzet. De componist, Valgeir Sigurðsson, heeft al behoorlijk wat verwezelijkt in de muzikale wereld. In de studio met Björk, Thom Yorke, Damon Albarn en Feist nam hij reeds verschillende rollen aan. Verder richtte hij zijn platenlabel ‘Bedroom Community’ op en ontdekte hij zo Nico Mulhy. Maar voor ondergetekende was dit album de eerste kennismaking met de bezige IJslander én een serieuze sprong in de dieptes van klassieke muziek.

De muziek van Sigurðsson teert op spanning opbouwen, de boot afhouden, noten herhalen tot je er haast zenuwachtig van wordt. Klassiek minimalisme met zeldzame elektronische toetsen, dat is het label dat erop kan, en dan nog. Oospronkelijk was het de soundtrack voor een balletvoorstelling van Stephen Petronio, waarbij de vergankelijkheid van de beweging, de dans, centraal staat. Vandaar ook de titel, ‘Architecture of Loss’.

Muziek gemaakt voor het ballet, en dan nu beluisteren zonder ballet ? Het leek ons eerst nogal absurd, alsof we alleen naar het geluid van een film luisterden zonder het beeld. In de kalme, afwachtende passages is deze plaat daarom nogal saai, misschien een respectloze woordkeuze, maar tot het vierde nummer gebeurde er gewoon niet bijster veel. Sfeerschepperij met een minimum van noten, klank zonder beeld.

Het zijn net die eerste nummers in het bijzonder, maar ook de plaat in het algemeen, die zeer claustrofobisch aanvoelen, door het indringend spel van Mulhy op piano en Nadia Sirota op viool. Naar het einde van ‘Inbetween momunents’ wordt het spel in één beweging omgedraaid: donkerder, dreigender, dissonante tonen (en ditmaal met percussie) vliegen je om de oren. Even plots als gekomen, gaat de klankenstorm liggen.

Richtingloos heen en weer geschuifel voor de een, neo-romantisch meesterwerk voor de ander. We zitten momenteel eerder in het eerste kamp. Ritmisch en melodisch zijn er inderdaad pareltjes terug te vinden op dit album. Niet in het minste ‘Guardian at the door’, waar Sigurðsson op bijzonder epische wijze neigt naar de band die half in z’n achternaam verscholen zit. Maar net wat bij ballet zo belangrijk is –beweging – lijkt te ontbreken op dit album. Statische herhaling, wachten, opbouwen zonder richting. Het is (nog) geen spek voor onze bek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s