[3] De bal

               Zijn ogen werden groot van verwondering. Ik zag het knetteren in zijn kleine brein. Was papa nu opeens een magiër geworden? Of had hij altijd al bijzondere krachten gehad? Misschien dacht hij toch niet zo ver na, want hij vroeg me niet om een koekje tevoorschijn te toveren. Ik moest enkel mijn truuk met de roodgele voetbal nog eens doen. Peuters en schijnbewegingen, dat is een gouden combinatie. Noa kirt van plezier wanneer ik met veel poeha op hem af kom. Hij weet al ongeveer wat komen gaat, maar is nog even verbaasd als daarnet wanneer ik de bal in één vlotte beweging achter mezelf doorspeel. “Papa! Papa! Papa! Nog eens!” Zijn rosse krulletjes dansen van plezier en de voorbijgangers kunnen een glimlach niet onderdrukken. “Nee, de bal niet vastpakken. Niet met de handjes spelen!” Een meisje met een boodschappentas loopt langs ons heen en kijkt nog een keer om wanneer mijn spelende jongen om een nieuw kunstje smeekt. Ik kan haar geen ongelijk geven. Dit zicht heb ik maanden moeten missen. Ik zou in het midden van het Theaterplein willen gaan staan en uitschreeuwen dat ik mijn zoon terug heb. Misschien doe ik dat straks ook nog wel — net voor we naar huis gaan. Naar huis…

Met de bal onder zijn arm stapt hij voor het eerst in een lange tijd de woonkamer terug binnen. Vier maanden, een week en twee dagen. Zonder Bart, mijn reddende engel in advocatentoga, had ik waarschijnlijk nog veel meer streepjes kunnen trekken op mijn geïmproviseerde kalender langs de koelkast. Vandaag kan ik dat miserabel stuk papier eindelijk in de vuilnisbak gooien. Het wachten was gedaan en de familierechtbank had me gelijk gegeven. Noa leek niet echt te beseffen wat voor strijd er om hem geleverd was. Voor hem was het één grote vakantie. Hij zag papa af en toe op een schermpje en dat vond hij vooral grappig. Met zijn vriendjes, zijn grootouders en zijn nieuwe puppy had hij het best naar z’n zin. Ik zag hem gelukkig zijn zonder mij en dat deed nog het meeste pijn van allemaal. Mijn huis was leeg. Mijn kinderkamer was leeg. Mijn kinderzitje in de auto was leeg. Mijn hart… liep over van verdriet. Maar bovenal kookte ik van woede. Mijn baas was zo begripvol om me deze week vrijaf te geven, zodat ik ruim de tijd kon nemen om de nodige voorbereidingen te treffen en om met mijn hoofd helemaal bij de terugkeer van Noa te zijn. Alles lag nog waar hij het de laatste keer had achtergelaten dus mijn voorbereidingen waren beperkt tot stof vegen en boodschappen doen. Elke dag zag ik de Legodozen liggen en voelde ik mijn maag ineen krimpen. Vandaag ziet Noa ze en lijkt het alsof hij gisteren pas in het schap achterliet. Hij lijkt alles al vergeten te zijn.

Vier maanden, een week en twee dagen geleden trok een collega op het werk me met een bizarre smoes mee naar de koffieruimte. Kristof was niet het type om mysterieus te doen maar toen blonk het zweet op zijn voorhoofd en was hij zichtbaar op z’n ongemak in mijn buurt. We waren goede vrienden, dus maande ik hem aan om ermee voor de dag te komen. Dat het een ongelukje was, stamelde hij. Iets met te veel pintjes en te weinig slaap. Ik voelde koude rillingen mijn rug opkruipen; we waren al weken aan het sleutelen aan een groot project voor een klant en beheerden alle documenten in de Cloud van het bedrijf. Net toen ik wilde vragen of hij toch niet aan de delete-knop had gezeten, ratelde hij in één adem: “Je-vrouw-zit-op-Tinder-en-ik-heb-gisteravond-toevallig-naar-rechts-geswipet-sorry-sorry-sorry-sorry.” Voor een fractie van een seconden was ik opgelucht. Yes, ons project is gered… Oh.” Hoe meer vragen ik stelde, hoe meer mijn knieën het begaven. Ze had foto’s van ons gebruikt en mij er slordig afgeknipt. Soms zag je mijn arm nog om haar middel. Ze schreef dat ze al even single was en eindelijk terug op zoek durfde te gaan naar de liefde. Toen Kristof op fluistertoon zei dat hij ook een iets suggestievere foto had teruggevonden in haar Tinder-tijdlijn, werd het zwart voor mijn ogen.

Als de baas je op z’n knieën frisse lucht toewaait met de laatste editie van het bedrijfsmagazine, dan weet je dat je in de shit zit. Iemand was gelukkig zo slim geweest om mijn benen op een keukenkruk te leggen. “Gaat het? Moeten we een dokter voor je bellen? Kristof heeft me een korte samenvatting gegeven, Tim, jongen, je moet weten dat wij er voor je zijn. Als je iets nodig hebt – wat dan ook. Ik heb een scheiding meegemaakt, ik weet wat er door je heen gaat.” Spijt of verdriet deed zijn stem kraken en hij staarde naar een punt rechts van mij. In het venster van de microgolf zag hij ongetwijfeld de schimmen van een mooie toekomst die niet had mogen zijn, maar daar had ik toen geen boodschap aan. Ik voelde aan de ring rond mijn vinger. Ik had nog een vrouw. We zouden het uitpraten. Wanneer Noa sliep, zou ik haar voorzichtig vragen wat er aan de hand was. Misschien was dat profiel een ver doorgedreven uitdaging onder vriendinnen? Haar beste vriendin Tatiana is altijd wel voor vunzigheid te vinden en ze heeft geen verantwoordelijke vezel in haar lijf. Als iemand mijn vrouw kon aanzetten tot zulke dommigheden, dan was zij het wel.

Veel te optimisch stak ik de sleutel in het slot. De voordeur zwierde open en de stilte kwam me tegemoet. Heel traag vielen de puzzelstukjes in elkaar. In de gang stond geen fiets. Aan de haakjes hing geen sleutelbos. De gordijnen waren dicht. In de woonkamer speelde geen Noa. Als een gek begon ik te bellen naar vrienden en familie, de kleuterschool en haar werk. Alles in hun dag was perfect normaal verlopen. Ze waren alleen niet thuisgekomen. Na enkele gekmakende uren stormde ik naar het politiekantoor. Ik wilde net mijn verklaring tekenen toen ze me belde. “We zijn in orde. Ik ben gewoon bij je weggegaan.” De lijn viel weg en voor de tweede keer die dag ging ik tegen de vlakte.

Als een politieagente je op haar knieën frisse lucht toewaait met enkele pv’s, dan weet je dat heel fucking diep in de shit zit. Het duurde een paar dagen vooraleer me alles duidelijk werd. Mijn schoonvader kwam me alles opbiechten – sterk tegen de zin in van zijn vrouw – want hij had me altijd al een toffe gevonden en oordeelde wijselijk dat een vader de waarheid over zijn kind verdient te weten. Hij wist ook nog maar net hoe de vork aan de steel zat; de band tussen moeder en dochter was blijkbaar sterker dan hij had gedacht. Ze was er dus vandoor met een ander (dat had ik intussen zelf ook wel door) die ze op Tinder had leren kennen. Het was inderdaad als een spelletje tussen vriendinnen begonnen om die eenzame avonden door te komen wanneer ik naar projectvoorstellingen of meetings moest. En toen leerde ze Sander kende. Maanden geleden blijkbaar maar in hun idiote kalverliefde had haar verstand haar in de steek gelaten en had ze de app nooit van haar smartphone verwijderd. In iets dat ik alleen maar kan omschrijven als ziekelijk narcisme bleef ze zelfs tijdens de affaire met Sander lustig swipen. Want hij had ook nog een echtgenote en was dus niet zomaar altijd beschikbaar. Toen maakte ze de swipe te veel en schoof ze de foto van Kristof naar rechts. Misschien had ze wel expres iemand uit mijn vriendengroep toegevoegd zodat zijn geweten haar drukkingsmiddel kon worden. Op 24u tijd was de zaak beklonken. Sander zette zijn vrouw aan de deur en de volgende dag deed het nieuwe vrouwtje haar intrek. Haar vader had zichtbaar moeite om zijn bierglas niet aan diggelen te smijten toen hij me dat allemaal vertelde.

Noa smult van z’n spaghetti bolognese. Gezicht, wangen, kin en slabbetje hangen volledig onder de oranje saus en er belanden ook wat spatten op zijn neus wanneer hij een slier in drie trekken naar binnen werkt. Die voldane blik dat het eindelijk gelukt is, zo keek ik vorige week ook toen de rechter van de familierechtbank oordeelde dat mijn zoon voor de helft van de tijd bij mij mocht verblijven. De absurde regeling die mijn ondertussen ex-vrouw voorstelde werd van tafel geveegd. Om de schade van de afgelopen maanden zo snel mogelijk te herstellen, mocht ik hem ook meteen in de herfstvakantie bij mij hebben. Twee weken aan stuk dus. Ik dacht dat ik droomde en nam me voor om mijn advocaat te trakteren op het duurste etentje dat ik me nog kon veroorloven nadat ik zijn rekening vereffend had.

Helena had me giftig aangekeken toen we de rechtbank buitenstapten. Mijn advocaat en ik hadden haar droomwereldje aan diggelen geslagen. Ze was nog niet van mij af. Ik las allerlei verwensingen in haar blik en rond haar lippen en het kon me geen bal schelen. Of toch: ik had er verdomd veel plezier in. Gek hoe liefde zo snel in pure haat en leedvermaak kan omslaan. Die negatieve gevoelens kan ik gelukkig snel terug aan de kant schuiven en ik trakteer Noa op maar liefst drie verhaaltjes. Nu ja, tweeënhalf want van al dat voetballen worden kleine jongens nogal moe. In z’n Cars-dekbed, in zijn kamer, onder zijn sterretjeshemel is de wereld perfect. Ik laat de afwas voor wat het is en val die eerste nacht naast hem in slaap.

De week dag vliegt voorbij in een waas. Is het al vrijdag? Ik zet hem af aan de schoolpoort en kijk al uit naar het moment dat ik hem terug in mijn armen kan sluiten. Hij leek vooral veel aandacht te hebben voor zijn bal. Ik had mijn magie proberen delen maar aan Noa’s schijnbewegingen was nog veel werk. Hij stond erop dat we elke dag oefenden. Vandaag wilde hij per sé zijn bal mee naar school nemen “want ik wil dat truukje aan mijn vrienden laten zien, die gaan dat zoooooo cool vinden, papa, toooeee?!” Daar kon ik geen nee tegen zeggen. Noa huppelt met z’n bal door de schoolpoort en ik slof naar mijn fiets. Thuis wacht er afwas en al een beetje werk maar het is toch snel tien na drie. Ik zoef langs de Leien en ben ik recordtijd bij zijn schooltje. Ik wacht en ik wacht en ik slenter en ik wacht nog meer tot de juf met de kleuters naar de poort komt. Noa is er niet bij en mijn adem stokt. “Is Noa nog achtergebleven misschien”, vraag ik met een veel te hoog stemmetje. “Nee, uw ex is hem al komen halen. Ze moesten eerder vertreken om hun vliegtuig te halen, zei ze.” De kleuterjuf had niet door wat voor een torpedo ze net op mij had afgevuurd. Ik hield me vast aan de poort en strompelde de speelplaats op.

In een verloren hoekje, half bedolven onder gele herfstbladeren, lag zijn bal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s