[7] Een beetje spierkramp

Vanaf het vierde leerjaar tot ergens halverwege het eerste middelbaar kon je me wekelijks terugvinden in de kerk. Mijn jongere zelf was nochtans geen bijzonder godvruchtige tiener; ik betrad het huis van God enkel en alleen voor het orgel. Eén keer per week deed ik de Sint-Quintinuskerk daveren en voelde ik me ronduit machtig als ik letterlijk alle registers mocht opentrekken.

Nadien heb ik het me vaak beklaagd dat ik met muziekschool was gestopt. Door de eerste lessen Latijn, een vervelende nieuwe leerkracht voor het theoretische gedeelte en een reeks gemiste lessen wegens ziekte was mijn motivatie gedaald tot onder nul. Ik hakte de knoop door en besloot dat een inhaalbeweging verloren moeite zou zijn. Daardoor stopte ik voor het echt interessant werd. De stukken die ik speelde waren mooi maar niet echt technisch – al kwam er ook wat voetenwerk bij kijken. Die typische vingervlugheid heeft er bij mij nooit ingezeten.

En toen kwam Muse en haalde ik mijn keyboard terug boven. Ik wilde als vijftienjarige dan wel niet inzien dat de virtuoze vingerzetting van Matt Bellamy voor mij te hoog gegrepen was, maar ik amuseerde me wel met het inoefenen van de herkenbare motiefjes. ‘Starlight’, ‘Sunburn’, ‘Newborn’… De geschiedenis herhaalde zich met Sigur Rós, maar de moeilijkheidsgraad ondermijnde telkens mijn enthousiamse om echt door te zetten. Zelfs de mooie klanken van mijn eigen (elektrische) piano kon me dan niet meer motiveren.

Toen ik zag hoe een vriendin vorige week de nummers partituurloos uit haar mouw schudde en haar vingers vlot over de toetsen van de piano in café ViaVia liet dansen, wist ik weer waarom ik al die jaren geleden naar de muziekschool was gegaan. Zo vlot spelen, dat wil ik ook kunnen. Maar achter het gemak waarmee ze het thema van ‘The Godfather’ bracht, gaan heel wat uren oefening schuil.

Om het deze keer dus écht goed te doen, kocht ik een partiturenboek met de belachelijke titel “50 Fantastic Songs” uit de reeks “Really Easy Piano”. Kwestie van voor de verandering eens niet mijlenver boven mijn eigen niveau te spelen. De uitdaging? Om ook te blijven volhouden eenmaal het herkenbare motiefje achter de rug is. Of gewoon volhouden tout court: voorlopig moet ik de afstanden nog goed leren inschatten en willen mijn vingers niet altijd doen wat mijn brein hen opdraagt. Oefening baart…

Mijn buren (als ze mij al horen) zijn ‘Somewhere only we know’ van Keane hoogstwaarschijnlijk al vol-le-dig beu gehoord. Ik heb de eerste acht maten vandaag zodaning vaak gespeeld dat de spieren van mijn pols op het randje van kramp balanceerden. Ik heb een sterk vermoeden dat er morgen wel eens heel lokale spierpijn zou kunnen volgen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s