Veel dagen zonder vlees

Ik was een flexitariër. Zo heet in officiële termen een vegetariër-voor-één-dag-per-week of een vegetariër-wanneer-het-je-uitkomt. Eigenlijk heb ik nooit gesnapt waarom je zo’n eetgedrag ook niet gewoon ‘omnivoor’ mag noemen, want flexitariërs eten net van alles wat. Meestal uit het vleesrayon, af en toe uit de veggierekjes. Héél af en toe eens vis en soms gewoon eens een grotere berg groenten om te compenseren.

Maar als vleesconsumerende aanhanger van het Groene Gedachtegoed zette ik mezelf in een steeds breder wordende spreidstand. Het stukje beest dat in mijn diepvriezer ligt, heeft dan wel een relatief mooi leven gehad (met dank aan Veeakker), maar de metaanscheetjes en -boertjes van een gelukkige koe gaan ook gewoon rechtstreeks onze atmosfeer in.

Dat moest maar eens anders. Dus draaide ik op 1 maart de verhoudingen om en kwamen de ‘Dagen Zonder Vlees’ voor het eerst in mijn leven in de meerderheid.

Vlees (en vis) links laten liggen bleek niet zo’n grote opgave als ik eerst had gedacht. Ik was al grote fan van groenteballetjes, seitanburger en sojakoek maar breidde mijn smakenpallet de afgelopen weken gevoelig uit. Groenteloempia’s, broccoliburger, champignonburger, Indiaanse sterretjes, zelfgemaakte hummusburger, seitanworst, tofu, linzen… Enkel de falafelballetjes waren een mislukt probeersel waardoor mijn bord die avond beduidend leger bleef dan voorzien.

Nog iets onverwachts: ik had razendsnel geen zin meer in vlees. Op dag twee of drie besefte ik plots dat ik het vlees totaal niet miste. Zo veel vettige saus, de textuur van gehakt, de geur… het leek bijzonder onsmakelijk. De worstjes die thuis op het einde van de eerste week toevallig al voor me gebakken waren, at ik met lichte tegenzin op. Zelfs mijn vegetarische moeder was verbaasd bij die ontwikkeling!

Uit de opsomming hierboven blijkt ook dat ik – voorlopig althans – vaak kies voor kant-en-klare producten. Aan de start van ‘Dagen Zonder Vlees’ verscheen er een hysterisch artikel waarin “experts””veel vleesvervangers” “extreem ongezond” noemden. Ik tel meestal geen calorieën, maar op de verpakkingen van mijn vegetarische kost stond meestal een getal tussen de 150 en 200 calorieën per portie. Dat valt nog mee, zeker wanneer je bedenkt dat een gewoon worstje al gauw rond de 300 calorieën zit. Drukdoenerij zonder veel argumenten, want voorlopig kan je me niet rollen (ik ben zelfs lichtjes afgevallen).

In mijn eigen keuken bleef mijn vegetarische uitdaging relatief gemakkelijk overeind. Vegetarische lasagne maken met extra veel groenten of zelfgemaakte pizza met een extra veel kaas? Check! Vervelender werd het op het werk, waar ik beperkt bleef tot de saladebar. Koude groenten zijn lekker, maar het doet wel een beetje pijn om je vork in sla met kikkererwten te zetten terwijl iemand tegenover je zijn noedels met sappige kip opslurpt. Op restaurant durfde ik af en toe wel vragen om het vlees gewoon weg te laten (rare blikken verzekerd).

Maar echt helemáál weg ging het vlees nu ook weer niet. Ongeveer één keer per week gaf ik het een plaats op mijn bord en dan moest het ook écht iets lekkers zijn. Knapperige kip, heerlijke vol-au-vent, stoofvlees, af en toe parmaham in een lunchbar, scampi met pesto. NJAM! Die gerechten werden misschien wel tien keer zo lekker, net omdat het nu geen evidentie meer was. En na zo’n smakelijke maaltijd merk je onmiddellijk wat voor karwei de afwas weer wordt: vettige, aangekoekte pannen, borden en vorken tegenover een glimmende (wok)pan die je schoonveegt in een letterlijke handomdraai.

Het enige “zwak” moment kwam er bij de nieuwe aardappeloogst. De smakeloze patatjes dreven me de volgende dag naar huisgemaakte bolognesesaus. Toen moest ik toegeven dat een vegetarische maaltijd wel kwaliteit van alle ingrediënten vereist. Slechte aardappelen, ongekruide groenten of een slechte vleesvervanger? Je gerecht zakt als een pudding in elkaar. Vlees is in dat opzicht (en naar mijn smaak) een betrouwbaarder fundament dat je bord kan redden zelfs wanneer een onderdeel minder geslaagd is. Dat zet de lat bij vegetarisch koken wel hoger.

De voorlopige tussenstand is 26 dagen zonder één grammetje vlees. Een paar keer ging er toch een schelletje tussen de boterham en 9 keer bestond mijn avondeten uit écht, écht lekker vlees. Die mooie verhoudingen ga ik proberen verder te zetten, ook na Pasen. Smakelijk!

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s